In Japan ontdekt: bijna ongeschonden vaas van meer dan tienduizend jaar oud op de bodem van een meer

In een opvallende kruisbestuiving tussen archeologie en technologie is uit het Biwa-meer in Japan een vrijwel intacte keramische vaas van meer dan 10.000 jaar oud opgedoken. Die vondst werpt nieuw licht op de vroege Jōmon-periode en kan ons begrip van de Japanse geschiedenis en cultuur veranderen. Het is niet alleen wetenschappelijk interessant, het laat ook zien hoe moderne technieken een venster naar het verleden openen.
Een bijzondere vondst in het Biwa-meer
Het Biwa-meer, in de prefectuur Shiga, is het grootste meer van Japan en staat bekend om zijn rijke onderwater-archeologie. Een team Japanse onderzoekers deed vlakbij de verzonken ruïnes van Tsuzura Ozaki een opvallende ontdekking: in een kuil op de meerbodem, op een diepte van 64 meter, lag een praktisch intacte vaas.
De vaas stond verticaal en vertoonde geen zichtbare schade, wat duidt op de uitzonderlijke conservering door het koude, diepe water. Met een hoogte van ongeveer 25 cm en een puntige bodem hoort het voorwerp bij de eerste Jōmon-periode. Het Jōmon-tijdperk — de oudste en langst durende historische periode van Japan — staat bekend om keramiek met touwafdrukdecoraties. De versiering van deze vaas doet denken aan tradities zoals de Jinguji-stijl en onderstreept hoe keramiek toen zowel praktisch als esthetisch belangrijk was.
Wat deze vondst betekent
Deze vaas is niet de enige vondst in de regio. In het Biwa-meer zijn al meer dan 90 onderwater-archeologische vindplaatsen bekend en er zijn meer dan 200 scherven van Jōmon-keramiek uit verschillende periodes gedocumenteerd. Tijdens dezelfde expeditie werden bovendien zes Hagi-kruiken uit het Kofun-tijdperk (III–VII eeuw n.Chr.) aangetroffen. Dergelijke vondsten wijzen erop dat het gebied over lange tijd een rol heeft gespeeld, mogelijk met rituele functies.
Volgens Kenichi Yano van de Universiteit Ritsumeikan had deze ontdekking alleen onder water kunnen plaatsvinden. “De conservering, de plaatsing en de context leveren informatie op die onmogelijk te verkrijgen is uit land-sites,” benadrukt hij.
Technologie die het werk mogelijk maakte
De rol van technologie bij deze opgraving mag niet worden onderschat. Met geavanceerde 3D-onderwaterscanners en autonome onderwatervoertuigen (AUV’s), ontwikkeld door het National Maritime Research Institute van Japan, konden onderzoekers het bodemoppervlak nauwkeurig in kaart brengen. Deze apparaten waren oorspronkelijk bedoeld voor inspectie van onderzeese kabels maar zijn aangepast voor archeologisch onderzoek. Tijdens de expeditie in oktober 2025 werd een gebied van 200 meter lang bij 40 meter breed gescand.
Wat er nu gaat gebeuren
Er lopen verschillende hypothesen over de functie van de vaas: van ritueel gebruik tot een verloren artefact van een oude kustgemeenschap. Het Museum van Onderwaterarcheologie van Japan is van plan het object tentoon te stellen en werkt aan een grondige analyse van materiaal en mogelijk gebruik. Ook wordt er gewerkt aan een 3D-model van de vaas, zodat onderzoekers en publiek het voorwerp virtueel kunnen verkennen.
De vondst van deze 10.000 jaar oude vaas in het Biwa-meer biedt niet alleen een unieke blik op het verleden, maar laat ook zien hoe moderne technologie de manier waarop we geschiedenis onderzoeken en waarderen verandert. Het resultaat illustreert dat samenwerking tussen archeologie en technologie ons begrip van het verleden kan verrijken en zelfs herschrijven. Het Biwa-meer blijft daarmee een onderzoekslocatie van onschatbare waarde en vormt een brug tussen oud en nieuw, die nieuwe hoofdstukken in de Japanse geschiedenis opent.